Spoor Haarlem-Halfweg

Previous

Beschietingen en bombardementen in de laatste oorlogsjaren. 

Inleiding: 

Vanaf 1941 zijn er beschietingen en luchtgevechten geweest boven de gemeente H&S, zijn er vliegtuigen neergestort, zowel geallieerde als Duitse, en zijn er bommen, meestal onontploft, in weilanden terecht gekomen.

Ook in het gebied rond Haarlem vinden vele luchtincidenten plaats, en al lang is er de dreiging van treinbeschietingen, maar tot 5 augustus 1944 leidt dit niet tot ernstige ongelukken op het baanvak Haarlem-Amsterdam. Een beschieting op het baanvak Haarlem-Leiden kost al in 1943 een aantal mensen het leven. 

De dreiging van de treinbeschietingen leidt al in 1943 en zeker in 1944 tot grote spanning bij de passagiers. In Amsterdam woei op het perron een rode vlag als er geallieerde vliegtuigen gesignaleerd waren. De trein reed dan of niet, of met grote vertraging, naar Haarlem. 

De spoorverbinding tussen Haarlem en Amsterdam was heel belangrijk, evenals de verbinding over de weg. In de laatste 10 maanden van de oorlog is herhaaldelijk geprobeerd om de spoor en/of wegverbinding kapot te schieten en te bombarderen en zo het verkeer onmogelijk te maken. Ook het beschieten van treinen, om angst in te boezemen, hoorde bij deze tactiek. 

De eerste treinbeschietingen met grote gevolgen op het baanvak Haarlem Amsterdam, waarvan in de stukken melding wordt gemaakt, zijn de beschietingen op zaterdag 5 augustus 1944. Jachtvliegtuigen die terug kwamen van het begeleiden van bommenwerpers naar Duitsland hadden die dag de secundaire opdracht gekregen om op de terugweg het treinverkeer in Nederland te ontregelen. In het hele noordelijk deel van Nederland vonden daardoor aanvallen op treinen plaats. Van de ongeveer 600 jachtvliegtuigen die 5 augustus 1944 opstegen, hadden ca. 48 Thunderbolts deze opdracht gekregen. 

Totaal vielen op die 5 augustus 1944 in heel noordelijk Nederland meer dan 70 doden en 251 gewonden door geallieerde beschietingen. 


Wat gebeurde er. 

Vanuit Amsterdam vertrok een passagierstrein richting Haarlem en vanuit Haarlem vertrokken een passagierstrein en een tram richting Amsterdam. 

Omstreeks 14:13 werd de passagierstrein uit Amsterdam met 150 burger-passagiers beschoten ter hoogte van de centrale werkplaats van Haarlem. Er vielen geen doden, maar wel enkele gewonden. 

Omstreeks de zelfde tijd werd ook de NZHVM-tram richting Amsterdam bij de joodse begraafplaats beschoten. Hierbij viel 1 dode en 2 a 3 zwaar gewonden. 

Daarna werd van 14:20 tot 14:26 ook de volle passagierstrein van Haarlem naar Amsterdam ter hoogte van Vinkebrug beschoten. Het waren 3 a 4 duikvluchten van 4 Thunderbolt vliegtuiggen. Dat werd een ravage. De gehele trein van 5 rijstellen was doorzeeft met ontelbare kogelgaten van 2,5cm. Er is hier bewust op mensen geschoten, men heeft hen niet de kans gegeven de trein te verlaten. 

Er waren 13 doden, 24 zwaar gewonden en 60 licht gewonden gewonden. Er waren ambulances tekort en de slachtoffers werden met vrachtwagens afgevoerd naar ziekenhuizen in Haarlem. 

De spoorbaan was enige tijd gestremd, evenals het telefoonverkeer, maar al vijf uur na de beschieting kon het treinverkeer weer gebruik maken van het baanvak. 

Door de beschieting werd ook de hooiberg naast de boerderij van weduwe Nelis (vermoedelijk G.J. Nelis-Vink), die bij de Vinkebrug woonde, geraakt. De hooiberg vatte vlam. De brand sloeg over naar de boerderij en zonder dat toegesnelde hulpploegen hier iets aan konden doen, brandde de boerderij tot de grond toe af. 

Een boerderij verderop van weduwe K. Vink-Nelis had kapot geschoten dakpannen. Er waren geen gewonden, behalve een grazende koe, die raakte een poot kwijt en moest afgemaakt worden. 

Een gedenkteken van deze Zwarte Zaterdag zult u tevergeefs zoeken. Ook van de 13 de slachtoffers bij Vinkebrug is voor zover ons bekend geen complete lijst. 


Meer luchtaanvallen. 

Krap een maand later vond op 6 september 1944, de dag na Dolle Dinsdag, een tweede treinbeschieting plaats. Nu werd een Duitse militaire goederentrein beschoten. De trein bestond uit een locomotief en tien wagens erachter. Hij was op weg van Haarlem naar Amsterdam, toen ter hoogte van de Vinkebrug door vier Engelse vliegtuigen die op zoek waren naar doelen op de trein geschoten werd. Door de beschieting vatten twee hooibergen achter het huis van M.J. Vink aan de Vinkebrug vlam. Allert reageren heeft voorkomen dat ook deze boerderij in as werd gelegd. Wel werd de boerderij en de huisraad beschadigd door inslaande kogels. 

De trein en de mensen erop waren er slechter aan toe. Twee Nederlanders werden gedood, de machinist en leerling-machinist van de trein. Daarnaast werden twee Duitse begeleidende militairen gewond. Bovendien gingen ondanks alle inspanningen vier van de tien wagens geheel in vlammen op. Twee wagens raakten in meerdere of minder mate beschadigd. Volgens het proces-verbaal van H. Th. Collignon, opperwachtmeester der marechaussee, die ter plekke is gaan kijken, bevatte de trein "munitie, olie, benzine, levensmiddelen, tabak, jenever, militaire kleding en al wat een goed soldaat nodig heeft." Terwijl aan de trein en aan het huis en de hooiberg van Vink geblust werd, moest door nagenoeg de voltallige marechaussee-groep Halfweg getracht worden om het toegestroomde publiek op veilige afstand te houden. De overleden machinist en leerling werden uit de trein gehaald, en de Duitse militairen naar het ziekenhuis in Haarlem vervoerd. 

Door de beschieting was de bovenleiding richting Amsterdam geraakt. Daarom ging de locomotief, met de vier wagens die intact waren weer terug naar Haarlem. Niet alleen de spoorbaan was gestremd, maar ook het telefoonverkeer lag stil, zodat van de beschieting en van de stremming van de spoorbaan geen melding kon worden gemaakt. Ook deze stremming duurde echter maar een paar uur. Al weer zeven uur na de beschieting wordt de baan weer vrijgegeven. 

Het was zeker niet de laatste beschieting van treinen in de gemeente. Ook op 1 en 8 november 1944, 6, 9, 11 februari 1945, 10,14, 18, 19, 23 maart en 3 april werden treinen en spoorweg-knooppunten in de gemeente beschoten en gebombardeerd. Acht Nederlanders kwamen ter plaatse om bij deze aanvallen, daarnaast raakten ook velen gewond, waarvan sommigen zeer ernstig. 

Hoeveel Duitsers het slachtoffer werden is vaak moeilijk te achterhalen. Ze werden meestal in allerijl apart afgevoerd en verzorgd. De wegen en spoorbaan werd door deze beschietingen niet totaal onderbroken, maar het maakte het wel tot een zeer hachelijke zaak om zich op de weg te begeven in een auto of op de fiets. Naast de weg waren dan ook "mangaten!" gegraven, waarin mensen die van de weg gebruikten, vaak op fietsen zonder banden of met een tuinslang als band, konden schuilen. 

Zie ook de website van een familielid van een bij Vinkebriug omgekomen passagier met een aangrijpend persoonlijk verhaal: http://www.komvanavondmetverhalen.nl/index.html 
Hier zijn ook bovenstaande foto’s van overgenomen. 

Zie ook enkele krantenknipsels 

Sabotage

Naast deze beschietingen en bombardementen vonden nog twee "spoorwegongevallen'" plaats. Het eerste “ongeval" waarbij twee treinen betrokken waren, die door een foute wissel op elkaar inreden, was op 20 december 1944. Hierbij verloren zeventien Nederlandse arbeiders uit Amsterdam, die in IJmuiden tewerkgesteld waren, het leven en werden ook velen gewond. 

Het tweede "spoorwegongeval'" vond plaats op 13 februari 1945. Daarbij werd niemand gedood of gewond. Dit ongeluk brengt W.J. Krijkamp, groepscommandant van de marechaussee post Halfweg tot de volgende curieuze ambtelijke ontboezeming: "... Van de stoomgoederentrein, komende uit de richting Amsterdam, zijn vier wagons uit de rails gelopen en ongeveer vijf meter rails van de spoorleggers (onderleggers) afgeslagen. Vermoedelijk is aldaar door onbevoegde een lading springstof aangebracht”. Voorwaar een keurige manier om op ambtelijke wijze sabotage in je rapport op te nemen! 

Toch had deze sabotagedaad rampzalige gevolgen. Tien verzetsmensen, gevangen genomen en opgesloten aan de Weteringschans in Amsterdam werden naar Halfweg gevoerd, en daar als represaille doodgeschoten. De lichamen werden vervolgens via Haarlem naar de Kennemer Duinen getransporteerd door een begrafenisondernemer uit Amsterdam. Na de oorlog zijn ze herbegraven. 
Ter nagedachtenis aan hen is 
in Halfweg een monument geplaatst. 

Bronnen

De informatie ontleend is aan:  
- Archief van de luchtbeschermingsdienst
- Archief van de Marechaussee, afdeling Halfweg
- Boek van J. van der Maas en A. Neeven, “
Zonder waarschuwing. Feiten en achtergronden over luchtaanvallen op Haarlem tijdens de periode 1940-1945”, Haarlem 1995, p. 145-150, 173-177. 
- Boek van G. van den Beldt: “Het land rond de Stompe Toren” 

- o -

Oorspronkelijke tekst is van Mieke Meiboom, toen gemeente-archivaris van Haarlemmerliede en Spaarnwoude, en eerder door haar gepubliceerd in Dorpskrant 056 (maart 1995). 

De tekst is bewerkt en aangevuld door Chris Buzink, en gepubliceerd in Dorpskrant 158 (sept. 2020)

© Dorpsvereniging Haarlemmerliede en Spaarnwoude / Chris Buzink 2021 - 2026